1. Home
  2. Knowledge Base
  3. Spiegelreflexcamera of systeemcamera

Spiegelreflexcamera of systeemcamera

Als je een camera aan wilt gaan schaffen of wilt overstappen naar een spiegelreflexcamera of een systeemcamera, dan is het misschien handig om de grootste verschillen even te bekijken. De een is niet per definitie beter dan de ander. Bij beide camera’s maak je gebruik van verwisselbare lenzen.

Fotografie Ploeg Benelux B.V. Systeemcamera Spiegelreflexcamera

Spiegelreflexcamera – eigenschappen

Een spiegelreflexcamera heeft een spiegelsysteem en een optische zoeker. Een spiegelreflexcamera wordt vaak ook wel een DSLR-camera genoemd. Dit staat voor Digital Single Lens Reflex. Door de optische zoeker van de spiegelreflexcamera zie je de werkelijkheid en niet het digitale beeld. Het  beeld dat de lens binnenkomt wordt via de spiegel naar de zoeker gekaatst, waardoor je alles ziet zoals het er werkelijk uitziet. Het voordeel hiervan is dat het natuurlijk kijkt. Als je door de zoeker kijkt, zie je alles hetzelfde als wanneer je zonder camera kijkt. Bij het maken van de foto klapt de spiegel kort weg zodat het beeld op de sensor geregistreerd kan worden. De andere functie van de spiegel is dat de spiegel het beeld doorzet naar een digitale autofocussensor. Hier vindt de scherpstelling plaats. Het nadeel hiervan is dat het beeld vaak niet helemaal gedekt kan worden door de AF-punten. De camera probeert dit op te lossen door fasedetecties of contrastdetecties toe te passen. Het voordeel is dat het heel snel is.    

Systeemcamera – eigenschappen

Een systeemcamera heeft geen spiegel. Het licht valt bij de systeemcamera direct op de beeldsensor en maakt een elektronisch beeld. Omdat er in de systeemcamera geen spiegel zit, is de camera vaak compacter dan een spiegelreflexcamera. De systeemcamera is ook nieuwer dan de spiegelreflexcamera.  

Optische zoeker of elektronische zoeker

Optische zoeker

Door een optische zoeker van de spiegelreflexcamera zie je de werkelijkheid en niet het digitale beeld. Het digitale beeld zie je pas achteraf, na het maken van de foto.

Elektronische zoeker

Systeemcamera’s kunnen uitgerust zijn met een elektronische zoeker of alleen een LCD-scherm. Steeds meer systeemcamera’s zijn uitgerust met een elektronische zoeker. Een elektronische zoeker is niets meer of minder dan een beeldscherm, waarop je direct het beeld ziet wat de sensor op dat moment registreert. Bij een elektronische zoeker van de systeemcamera kan er soms sprake zijn van een kleine vertraging, omdat het beeld omgezet moet worden naar een elektronisch beeld. Dit maakt voor gewoon gebruik helemaal niet uit. Als de elektronische zoeker ontbreekt, heeft dat wel twee nadelen:

  • Via het LCD-scherm moet je je compositie bepalen. Dat is minder nauwkeurig, omdat je naar een kleiner scherm kijkt. Eventueel storende elementen vallen dan minder snel op. Je kunt dus minder nauwkeurig kijken. Als fotograaf wil je graag door een zoeker kijken.
  • Met zonlicht kun je het LCD-scherm niet goed bekijken. Dat is erg lastig, want zo kun je niet goed zien wat er op het scherm staat.

Als je overweegt een systeemcamera te kopen, dan adviseer ik om er een met een elektronische zoeker aan te schaffen en niet een met alleen een LCD-scherm.

Sensor

Er zijn spiegelreflexcamera’s en systeemcamera’s met verschillende sensoren verkrijgbaar. Het verschil is de grootte van de sensor.

Bij een spiegelreflexcamera heb je de keus uit twee verschillende sensoren:

Bij een systeemcamera heb je de keus uit drie verschillende sensoren:

  • Micro Four Thirds sensor (MFT) 
  • APS-C-sensor (“cropcamera”)
  • Fullframesensor

Micro Four Thirds sensor (MFT)

Dit is de kleinste sensor en deze komt dus alleen bij systeemcamera’s voor bij Olympus en Panasonic. De cropfactor van deze sensoren is 1.9.

De kleine sensor verlengt het bereik van je lenzen. Praktisch gezien betekent dit dat een 150mm-lens zich eigenlijk bijna gedraagt als een 300mm-lens (150mm x cropfactor 1.9 = 285mm). Heb je een 300mm-lens, dan heb je dus een zoombereik van maar liefst bijna 600mm. Bij een spiegelreflexcamera heb je voor dat bereik een lens van 400mm nodig. Deze is veel zwaarder en groter. Het voordeel van een systeemcamera met de MFT-sensor is dat deze veel zoombereik heeft en dat het gewicht van de lens beperkt blijft.

APS-C-sensor

Bij een APS-C-sensor is de cropfactor 1.5 bij Nikon/Sony of 1.6 bij Canon. Een 150mm-lens is dan 225mm (150 x 1.5).

Voordelen MFT- en APS-C-sensor:

De camera en de lenzen zijn goedkoper in aanschaf. Bij een fullframe betaal je de hoofdprijs. Je hebt ook minder last van lensfouten.

Nadelen MFT- en APS-C-sensor:

De prestaties zijn bij weinig licht minder goed. De beeldkwaliteit is wat lager bij een hoge ISO. Als je veel uit de hand fotografeert, binnen en bij binnensporten of concerten, dan is een grotere sensor beter.

Je kunt minder spelen met de scherptediepte. Je kunt wel onscherpe achtergronden creëren, maar als je graag macrofoto’s maakt met hele onscherpe en wazige achtergronden, dan is een grotere sensor ook beter.

Bij een groothoeklens heb je geen voordeel van de cropfactor. Het bereik is minder weids. 18mm is met een cropfactor van 1.5 namelijk geen 18mm, maar 27mm. Let er dus op dat je groothoeklens begint met 10mm om een weids bereik te krijgen.

Fullframesensor

Voordelen fullframesensor:

Bij een fullframesensor is een 200mm-lens ook echt 200mm. Bij een fullframecamera is de beeldkwaliteit hoger dan bij een APS-C-sensor of een MFT-sensor. Er worden meer details en scherpte opgenomen. Er zit minder ruimte tussen de gevoelige pixels en daardoor heb je minder kans op ruisvorming.

Naarmate je met een hogere ISO fotografeert (bij weinig licht), zie je het verschil in beeldkwaliteit groter worden. Je hebt hier standaard mee te maken bij sportfotografie in een zaal, fotografie in de natuur, bij schemering vroeg in de ochtend of in de avond, en fotograferen in binnenlocaties bij bijvoorbeeld recepties.

Met een fullframe kan je meer achtergrondonscherpte (minder scherptediepte) bereiken dan bij een kleinere sensor. Het dromerige bokeh-effect kan dus met een fullframecamera heel mooi zijn. Bij een APS-C-sensor kun je ook weinig scherptediepte behalen, maar net wat minder.

Het dynamische bereik is bij een fullframesensor groter dan bij een kleinere sensor. Als er veel contrastverschil in de foto zit die je wilt gaan maken, zoals een hele lichte lucht en een donker landschap, dan heb je een goed dynamisch bereik nodig. Hoe beter het dynamische bereik van de sensor, hoe meer details je namelijk in zo’n lastige foto met hele lichte en hele donkere delen toch goed vast kan leggen.

Nadelen fullframesensor:

De prijs. Fullframecamera’s zijn veel duurder. De prijs om een grote sensor te maken is veel groter.

De lenzen zijn over het algemeen ook duurder. De lenzen die speciaal ontwikkeld zijn voor APS-C-camera’s zijn goedkoper.

Bij een fullframecamera heb je eerder last van lensfouten, zoals vignettering (donkere hoeken). Dit heeft te maken met de lichtval en het verlies van scherpte in de hoeken. Een cropcamera heeft daar minder last van, omdat deze een uitsnede maakt.

Bij het aanschaffen van een fullframecamera ga je niet automatisch mooiere foto’s maken. Een mooie foto heeft te maken met compositie, het juiste licht, creativiteit en ervaring. Een fullframecamera is over het algemeen gemaakt voor professionals.

Fotografie Ploeg Benelux B.V. sensor grootte

Samengevat

Systeemcamera

  • Compacter en lichter;
  • Hogere snelheid (geen spiegel);
  • Stiller.

Spiegelreflexcamera

  • Groter en zwaarder;
  • Je ziet wat je objectief ziet;
  • Werkelijke kleuren;
  • Werkelijk dynamisch bereik.

Veel plezier! #blijfklikken



Was dit artikel nuttig?