Low Key fotografie tips
Wil je thuis een low-keyfoto maken met één lamp of flitser? In dit praktische stappenplan begin je met een donkere achtergrond en stel je licht, belichting en scherpstelling in. Voor meer achtergrond en toepassingen lees je de uitgebreide uitleg over low-keyfotografie.

Achtergrond
Bij low key fotografie is de achtergrond meestal donker of zwart. Je kunt dus het beste een ruimte gebruiken waar je het makkelijk donker kunt maken en waarbij er weinig of geen omgevingslicht aanwezig is, maar dat is zeker niet noodzakelijk. Zorg ervoor dat het onderwerp een stuk van de muur afstaat en dat de lichtbron niet op de muur gericht staat.

Licht
Het licht is bij low key fotografie erg belangrijk. Hoe valt het licht? Hoe gebruik je de donkere ruimte en het licht? Kijk goed hoe je het onderwerp neerzet. Je kunt gebruik maken van een flitser. Heb je geen flitser, gebruik dan bijvoorbeeld een bureaulamp. Maar je kan ook het licht gebruiken wat door een raam of deur naar binnen komt. Met gordijnen of lakens kun je het licht goed bijstellen.

Flitser of lichtbron
Door gebruik te maken van een flitser houd je de controle over de hoeveelheid licht en waar het licht precies valt. Kijk goed waar je het onderwerp belicht en hoelang je het belicht. De plaatsing en lichtsterkte bepalen het resultaat. Richt de lamp of flitser dus op de juiste plaats. Het gaat om de richting van het licht. Kies er bijvoorbeeld voor om het onderwerp vanaf de achterkant te belichten of om het licht schuin op het onderwerp te laten vallen. Zo creëer je strijklicht waarbij de contouren van het onderwerp zichtbaar worden. Dit zorgt voor een verduistering aan één kant van de foto en geeft een contrastrijk eindresultaat.

Instellingen camera
De camera kun je het beste op handmatig (M) instellen. Stel scherp op het lichte gedeelte.
Sluitertijd
Kies een sluitertijd die past bij beweging en omgevingslicht. Gebruik je een gewone flits, blijf dan binnen de flitssynchronisatietijd van camera en flitser; controleer de handleiding. Een te korte tijd kan een donkere band geven. High-speed sync is een afzonderlijke functie en moet door de combinatie worden ondersteund.
Diafragma
Het diafragma is het belangrijkste, want daarmee bepaal je wat er scherp is, maar ook hoeveel licht/flitslicht er op de sensor binnenkomt. Bij een groot diafragma (klein getal) wordt alles vanaf het scherpstelpunt snel waziger en heb je dus een kleine scherptediepte. Houd er dus rekening mee dat je het diafragma niet te groot instelt.
ISO
Probeer de ISO zo laag mogelijk te houden, het liefst ISO 100. Zo voorkom je dat er veel ruis in de foto te zien is.
Belichtingsmethode
Spotmeting kan helpen om het lichte deel van het onderwerp te meten. Let op: het meetgebied volgt niet bij iedere camera het gekozen scherpstelpunt. Controleer waar jouw camera meet en pas de belichting aan na een proefopname. De lichtmeter is een hulpmiddel; een donker beeld hoeft niet naar gemiddeld grijs te worden belicht.

Scherpstellen
Bij low key fotografie heb je weinig licht en zal de camera moeite hebben met het scherpstellen. Stel eventueel scherp met het licht aan en zet daarna de autofocus uit. Het onderwerp en de camera mogen daarna niet meer verplaatst worden. Je kan misschien het beste handmatig scherpstellen. Wil je een portret fotograferen, stel dan altijd scherp op het oog.

Histogram
Bij low-keyfotografie liggen veel tonen links in het histogram. Dat is op zichzelf geen bewijs dat de belichting goed is. Controleer of belangrijke details in het onderwerp behouden blijven en lichte delen niet onbedoeld uitbijten. Een bewust zwarte achtergrond mag zonder detail zijn.
Experimenteren
Low key fotografie is heel populair voor portretten van mensen of dieren, maar begin eens met stilstaande onderwerpen. Zo kun je op je gemak ontdekken hoe je het licht kunt bijstellen en hoeveel of hoe weinig licht je nodig hebt. Je zult veel moeten experimenteren om te zien wanneer je het juiste effect kunt krijgen.
Veel plezier! #blijfklikken
