1. Home
  2. Knowledge Base
  3. Hyperfocale afstand

Hyperfocale afstand

De hyperfocale afstand is de afstand met de grootst mogelijke scherptediepte. Stel je scherp op deze afstand, dan zal alles praktisch scherp zijn van voor tot achter. De voorste helft van de hyperfocale afstand is nog wel onscherp.

Hyperfocale afstand berekenen

Om de grootst mogelijke scherptediepte te kunnen realiseren, heb je de gegevens nodig van het diafragma, de brandpuntsafstand (objectief) en het sensorformaat van je camera. Met deze gegevens kun je aan de hand van een formule de grootst mogelijk scherptediepte berekenen.

Formule

Het laatste deel uit de formule (+ƒ) van de berekening bij een APS-C camera kun je eigenlijk vergeten. Dit getal is zo klein in verhouding met de uitkomst van de formule dat het geen invloed heeft.

H= de hyperfocale afstand
f= de brandpuntsafstand van je lens in mm
N= het diafragma
c= 0.03 (voor een fullframecamera) of 0.02 (voor een 1.5/1.6x-cropcamera)

Voorbeeld:

Voor een 1.6x-cropcamera op 16mm met een diafragma van f/8 is dit de berekening:

De hyperfocale afstand is 1600mm, dus je stelt scherp op 1,6 meter vanaf je objectief en je krijgt een maximale scherptediepte. Dit betekent dat alles vanaf 0,8 meter ( de helft van 1,6 meter) tot aan oneindig scherp wordt weergegeven.

Onderweg berekenen

Tijdens het fotograferen hoef je geen rekenmachine mee te nemen. Er zijn handige tabellen beschikbaar, bijvoorbeeld de ‘Foto Buddy – Hulpkaart: Hyperfocale afstand’, waarop het aantal millimeter en het diafragma staat. Daarop kun je heel snel de hyperfocale afstand aflezen. Let er wel op dat je de juiste tabel gebruikt want de ene tabel is voor een fullframecamera en de andere voor een APS-C-sensor (met cropfactor 1.5/1.6x). Ook zijn er diverse apps (gratis) beschikbaar. Kijk zelf even welke jou het handigste lijkt.

De bovenste tabel is voor een fullframecamera en de onderste voor en APS-C-sensor

Afstand bepalen bij het fotograferen

Je zult de afstand waarop je scherp stelt in moeten schatten. Een handig hulpmiddel om te gebruiken is een laserafstandsmeter, als je dat erg lastig vindt. Veel lenzen hebben wel een afstandsschaal, maar deze is niet makkelijk te gebruiken. Stel scherp op de grond op de afstand die aangegeven wordt in de tabel. Zet daarna de autofocus uit, zodat de camera niet opnieuw scherp gaat stellen, zodra je de knop indrukt. Maak dan de foto en bekijk de foto. Zoom in om te kijken of de scherpte juist is. Door de hyperfocale afstand vaker te gaan gebruiken zul je ook makkelijker de afstand waarop je scherp stelt in kunnen schatten.

Beste scherptediepte – welk objectief?

In principe kun je met elk objectief de hyperfocale afstand berekenen. Maar is elke lens ook geschikt. Bij een telelens (bijvoorbeeld 70-200mm) loop je tegen beperkingen aan. De hyperfocale afstand ligt voornamelijk vlak voor je voeten. Op 200mm is de bruikbaarheid nihil. Weinig fotografen zullen hier gebruik van maken. De hyperfocale afstand gebruik je het meest bij een groothoek- of ultragroothoekobjectief. Vooral landschapsfotografen gebruiken het liefst een ultragroothoekobjectief in combinatie met een diafragma tussen f/11 en f/22. Bij deze combinatie van lensopening en brandpuntsafstand is de scherptediepte het grootst.

Onderwerp op de voorgrond is onscherp

Als je een onderwerp op de uiterste voorgrond hebt staan kan het gebeuren dat het onderwerp niet scherp in beeld komt bij het gebruik van de hyperfocale afstand. Je zou dan iets af kunnen wijken en iets voor de hyperfocale afstand scherp kunnen stellen als dat belangrijk is. Daardoor zal de horizon iets minder scherp zijn, maar dat valt minder op dan een wazig onderwerp op de voorgrond.

Tot slot

Als je gebruik maakt van de hyperfocale afstand, is het natuurlijk nog niet zo dat je gegarandeerd scherpe foto’s kan maken. Je moet gebruik maken van een goed statief, afstandsbediening/ontspanknop en de techniek goed kunnen gebruiken om een scherpe landschapsfoto te kunnen maken. In sommige situaties, zoals bij mist, is het effect minder effectief.

Stappenplan

  • Gebruik de A-, AV- of M-stand;
  • Gebruik een stevig statief, zet stabilisatie (op de lens) uit en zorg dat de schouderband niet kan bewegen;
  • Bepaal de afstand (met de hulpkaart ‘Hyperfocale Afstand’);
  • Stel scherp op de grond op de juiste afstand volgens de tabel;
  • Schakel de autofocus uit (handmatig scherpstellen) en bepaal nu de compositie;
  • Gebruik een afstandsbediening of de timer;
  • Bekijk de foto, zoom goed in en kijk of de scherpte juist is.

Veel plezier! #blijfklikken

Was dit artikel nuttig?